maandag 16 april 2012
13 Rhumsiki donderdag 12 – maandag 16 april
Dit wordt een lang hoofdstuk.
Rhumsiki is één van de bekendste bergdorpen in het Mandara gebergte. Het is één van de 26 dorpen die samen Kapsiki vormen, 23 dorpen in Kameroen en 3 in Nigeria. Het meest toeristische dorpje is Rhumsiki, maar een heel mooi dorp om te bezoeken en om wandelingen vanuit te maken. Het ligt diep in de bergen en je rijdt eerst vanuit Maroua 79 km naar Mokolo en vervolgens nog 48 km verder. De laatste 48 km is een zeer hobbelige steen-en zandweg weg; we doen er iets meer dan 2 uur over met de auto. We blijven er vier nachten, en maken iedere dag een lange wandeling van zes uur ‘s ochtends tot resp. elf, twaalf en elf uur, met de gids Vabien. Vooral de laatste een à twee uur zijn zwaar met een temp van 35 tot 37 graden.
De mensen zijn 300 à 400 jaar geleden de bergen in gevlucht toen de Peul, de Fulanies en de Wandara hen tot de islam wilden bekeren. Zij wilden hun animistische geloof behouden. In een dans met muziek die we in het dorp zien komt het gevecht nu nog steeds naar voren: één persoon wordt al dansend neergesabeld door een aantal mannen met schilden en sabels.
Wat we van Afrika minder kennen wordt hier veel toegepast: de berghellingen zijn geheel in terrasvorm uitgelegd waardoor de grond tijdens het regenseizoen niet wordt weggespoeld, De bergen worden tot hoog van deze terrassen voorzien en vaak zijn ze niet breder dan een halve tot één meter. Hier zit een enorme hoeveelheid werk in. De mensen zijn nog steeds bezig stukken helling aan het systeem toe te voegen. Langzaam beginnen we te begrijpen dat dit ook zo moet, want ca 20% van de bevolking van Kameroen woont in het verre noorden of noorden. Je kunt zien dat het het land is klaar gemaakt voor de regentijd, de velden in de valleien zijn bewerkt en de terassen op de helling zijn klaar. Verder is er veel hout verzameld om ook in de regentijd voldoende droog hout te hebben om te koken.
Houtvoorraden bij de huizen.
Nog even iets over het Mandara gebergte en waarom het redelijk uniek is. Het is een oud vulkanisch gebergte dat van noordoost naar zuidwest loopt. Door de Harmattan (de warme wind van uit de Sahara die in veel landen van West- en CentraalAfrika waait) die veel stof meebrengt zijn de buitenkant van de vulkanen afgesleten en is alleen de keel van de vulkaan blijven staan. Die is harder dan de buitenkant van de vulkaan. Die kelen van oude lava staan als pieken in het verder relatief rustig glooiende landschap.
De resterende vulkaankeel bij Rhunsiki, Zivi geheten.
Tijdens een eerste wandeling door het dorp Rhumsiki en later tijdens de wandelingen leren we een en ander van de mensen en gewoontes hier.
Geer krijgt het spinnen uitgelegd.
Graanmolen in het dorp.
50% van de mensen is animistisch, 15% islamitisch en 35% christelijk. De etnische groep in dit stukje van de bergen is Kirri en de taal die ze spreken is Marguis.
Kapsiki en een aantal andere dorpen behoren tot het departement Mokolo en heeft een Chef de Département (1e graads gezag). Kapsiki is een arondissement dat bestaat uit 26 dorpen met aan het hoofd een chef die Lamido heet (2e graads gezag). De 26 dorpen hebben vervolgens ieder een chef de village (3e graads gezag). Ieder dorp heeft weer wijken waar ook een chef is, een Blaman.
Ook de vroedvrouw (sage-femme) speelt daar een belangrijke rol bij het stabiliseren van conflicten.
In ieder dorp zijn 4 belangrijke figuren:
1. De Chef, opvolging binnen de familie: de chef wijst aan welke van zijn zonen hem zal opvolgen. Mocht dit bij zijn overlijden niet gebeurd, dan kiest het dorp een van zijn zonen.
2. De Sorcier Crab = waarzegger die werkt met rivierkrab in een stenen pot. Daar ga je heen als je bv geen kinderen kunt krijgen, ziek bent of iets anders wilt vragen. De waarzegger - meestal een reeds oude man - hoort de vraag en gaat met de krab in overleg, waarna het antwoord komt.
Bij de Sorcier-Crab.
3. De Forgeron, letterlijk smid, maar hier iemand die van alles maakt: tafels, ijzeren dingen en ook houtsnijwerk. Opvolging binnen de familie. Het gaat zover dat de kinderen van de Forgeron huwen met kinderen van een andere Forgeron uit een ander dorp. Wij komen er een tegen die ook de taak van grenswacht met Nigeria heeft.
4. De Dorpsoudste.
De opvolging van de chefs van de wijken gaat niet via de familielijn: de dorpschef wijst aan wie dat is.
We leren ook hoe de besluitvorming binnen een wijk gaat. Er zijn in iedere wijk twee “arbres de pallabre” = praatbomen,één voor de mannen en één voor de vrouwen. Iedere dag komen de mannen bij elkaar en idem de vrouwen. Als er een punt is waar ze niet uitkomen gaat de chef van de wijk met tenminste twee andere naar de dorpschef voor beslissing. Duur van de dagelijkse bijeenkomst varieert van een half uur tot twee uur. Bij de vrouwen wordt de groep voorgezeten door de vroedvrouw. Volgens onze gids praten de vrouwen het meest. Als er een conflict is in het dorp tussen mensen gaat het net zo. Stel een man en een vrouw die getrouwd zijn, hebben problemen. De mannen praten erover en de vrouwen idem. Bij de vrouwen is de sage-femme aanwezig. Die gaat de uitkomst van het beraad van de vrouwen aan de mannen doorgeven. De chef is er niet bij (neutraal). Komt men er op deze manier niet uit, dan gaan de man en de vrouw naar de chef.
De moslims hebben op dit punt trouwens een uitzonderingspositie: zij respecteren de animisten niet en mogen rechtsreeks naar de chef. Vinden we bijzonder: het gaat om slechts 15% van de mensen en dan zo’n uitzonderingspositie!
Arbre de Pallabre.
Dan zijn er nog allerlei gebruiken en rituelen bij trouwen, doodgaan, initiatie (jongen 18 jaar, meisje 12 – dan mogen ze een eigen bruid kiezen zonder toestemming van de ouders), bruidsschat. Een vrouw kost een stier, enkele koeien, geiten en schapen en nog allerlei kleinere dingen.
Dan de drie wandelingen:
Dag 1.
We lopen door het dorp en verlaten het dorp aan de noordkant via een grote boog die een waterkering markeert. Achterlangs de berg waar het dorp tegen aan is gebouwd. Vabien zegt dat we inmiddels in Nigeria zijn. Eerlijk gezegd roept het bij Kees een reactie op van “moet dat nu, kunnen we niet gewoon in Kameroen wandelen?” Vabien zegt dat het geen enkel probleem is en dat we via een van de dorpen die bij Kapsiki horen straks weer terug gaan. Dat blijkt geheel juist. We zien hoe de mensen met het land bezig zijn. De regentijd nadert dan moet je klaar zijn. Op een aantal plekken zien we groepen bezig tegen de helling op nieuwe terrassen maken. Stenen worden weggehakt en in rijen naast elkaar gelegd. Er wordt af en toe engels gesproken we zijn immers in Nigeria.
De terrassen worden gemaakt.
Direct nadat Vabien aan het begin van de wandeling heeft uitgelegd dat we weinig vogels zullen zien, zien we de Abessijnse roller vogel.
We draaien terug naar het oosten en dalen vrij stijl ca 300 meter naar beneden de vallei in. trekken die door en lopen via een aantal kleine gehuchten richting de bassalt piek Zivi, die we vanuit ons campement zien en ook zo nadrukkelijk als foto in onze gids staat. De foto die een belangrijke rol heeft gespeeld bij ons besluit zo ver noordelijk te gaan. Het is indrukwekkend deze piek zo van onderaf te zien oprijzen. We maken een ruststop bij een werkplaatsje van een houtsnijder die veel met ebbenhout werkt en vervolgen dan onze tocht.
In een halve cirkel draaien we rond onze piek Zivi omhoog en steigen dan ca 250 meter bij een temp van 36 tot 39 graden schaduw. Enerzijds prachtig anderzijds best afzien, maar heel goed, we genieten. Om elf uur zijn we terug en nemen de zoete fanta om het suikergehalte weer op peil te brengen.
De Zivi.
‘s Middags worden we attent gemaakt op een dans voorstelling bij het oude co-operatieve centrum, daar gaan we heen. We schreven er al over.
De leidende vrouw met de typische keelklanken: ai-ai-ai-ai.
Geer krijgt les.
Dag 2.
Weer vertrekken we om zes uur en nu in zuidoostelijke richting,dlus dus precies de tegenovergestelde richting als dag ééntoen we noordwestelijk begonnen. We hadden Vabien verteld dat we mooie vergezichten erg leuk vinden en die krijgen we. Denk aan het glooiende berggebied van de Ardennen, maar dan bijna zonder bomen en kurkdroog. Zo gaan we van topje naar topje. Eerst vooral om de dorpen heen. Geweldig hoeveel land in cultuur is gebracht. Ook hier weer valleitjes die klaar lagen voor de regentijd en de helling steeds met terrassen. Op deze terrassen wordt voornamelijk sorgum, aardnoten en witte bonen verbouwt. Zelden zo in Afrika gezien. Langs verschillende vulkaan kegels. Eén ook grote,vrij dominant in het landschap, heet Wazivi.
De Wazivi
Op de terugweg lopen we door een aantal dorpen. De huizen zijn nog geheel in de oude stijl gemaakt, rond met een rieten dak. Tussen de huizen die samen een compound vormen, wordt het geheel met uit stenen gestappelde muren voor de buiten wereld afgeschermd. Er is overal veel hout en riet aanwezig als voorbereiding op het regenseizoen. Ook de velden zijn over het algemeen volop in cultuur gebracht.
We genieten en komen om twaalf uur terug bij het hotel. Zes uur begint voor Kees bij deze temp veel te worden.
De mais wordt gedroogd.
‘s Middag lopen we op eigen kracht nog een klein rondje via de vallei om het dorp.
Dag 3.
3.1. Bezoek aan smidse.
Vabien had ons de eerste dag verteld dat in een van de 26 dorpen een Forgeron / gieterij is die de grootste en beste in de omgeving is. Er worden mooie dingen gemaakt, maar ook wapens en landbouw werktuigen. Althans vroeger, daarom heeft de Forgeron binnen de dorps gemeenschappen zo’n hoge status. De afstand naar de Forgeron is 15 km lopen en dan kunnen we waarschijnlijk met de motortaxi terug.
Weer gestart om zes uur en van het begin af aan zetten we er een stevig tempo in. Nu in zuid westelijke richting, het landschap lijkt op de tweede dag met met wat minder stijgen en dalen. Even voor tien uur zijn we bij de woning van de smid.
Als we aankomen blijkt de smid weg te zijn naar de markt, maar zijn eerste en tweede vrouw kennen de tak van sport heel goed en willen ons een en ander demonstreren. De compound ziet er goed uit en zullen we later nog te zien krijgen.
Op twee tafels worden de verschillende maaksels voor verkoop ten toon gesteld. Armbanden, christelijke kruisjes, snuifpotjes, oorbellen, halskettingen, enz.
Daarna laten ze ons twee dingen zien die in voorbereiding zijn.
Het eerste is een snuifpotje, het is geheel in bijenwas gemaakt met een mooie decoratie op de buitenkant. Het potje is van binnen reeds met klei gevuld en aan de buitenklant is nog maar een aanzet gegeven. Op deze wijzen laten ze prachtig de zgn.”Verloren was methode” zien.
Bij het tweede zien we geen open was meer. De was is in klei verpakt. Inmiddels is er een bankje naar buiten gebracht voor “les Blanches” om het geheel gemakkelijker te volgen. Er is aan de zijkant inmiddels een vuurtje gestart van gedroogde Sorcumstegels en wat hout, het aardenwerk stukje wordt er in gezet en na enige tijd wordt het aardenwerk uit het vuur genomen en wordt de was in water er uit gegoten. De was waar de klei omheen gebracht was is nu weg.
Een van de dames heeft inmiddels stukjes messing klein geslagen en die worden nu het eerst in het vuur gelegd. De tweede dame heeft een soort kommetje gemaakt ter grootte van van de uitgietkelk van het eerste klei stuk.Dit kommetje wordt geheel gevuld met de messing brokstukjes, precies gestapeld in het kommenje en vervolgens wordt dat kommetje vol met stukjes messing op het aardewerk vast gemaakt waar zojuist de was uit is gelopen.
Het kleipakketje; de keel waar het kommetje straks aan vast gemaakt wordt is goed te zien.
De voorbereidingen.
Vervolgens gaan we naar de oven, twee honderd meter van de compound verwijderd. De eerste vrouw draagt het kleistuk in een pan gevuld met houtskool en drie gloeiende stukjes hout van het eerste vuurtje. De tweede draagt stro en wat gereedschappen naar de gieterij. Allemaal op het hoofd natuurlijk.
Onderweg naar de oven.
De oven staat naast een boom, enkele stenen op elkaar en twee kommetjes er voor die via pijpjes een verbinding met de oven hebben. Ook wordt er een rooster op de onderkant gelegd. Op de twee kommetjes worden de blaasbalgjes gemaakt. De vrouw gebruikt haar grote teen als start en wikkellt om het eerste kommetje het touwtje strak en daarna om het tweede kommetje en ze komt terug bij haar teen on het geheel af te maken.
Het rooster voor onderin de oven en het pakketje dat de oven ingaat om het koper te laten smelten.
Het gereed maken van de blaasbalg.
De paar gloeiende kooltjes worden op het rooster gelegd en verse houtskool komt er boven op te liggen. De blaasbalgjes jagen het vuur aan. Het stukje aardenwerk waar de was uitgegoten is en waar het kommentje met messing snippers op is gemaakt wordt in het vurr gezet, kommentje naar beneden. Het vuur wordt steeds verder aangejaagd, het is een duidelijke gloeiende houtskool zee. De eerste vrouw en de tweede vrouw wisselen af en toe bij de blaasblag want dat is vrij inspannend werk bij en temp van ca 35 in de schaduw.
Het kleipakketje gaat in de oven.
De blaasbalg in werking.
Als alles goed gloeit, de onderkant van de klei geheel zwart is, wordt er aan de bovenzijde nog stro en hooi toegevoegd zodat het gehele aardewerk stukje in een diepe vuurgloed zit. Al die tijd zit een van de vrouwen de balgen te bewerken.
De oven wordt ongeveer 800 graden gestookt zodat het koper in het kleikommetje smelt.
Stro erop om het geheel nog heter te maken.
Nu komt het grote moment. Met een ijzer tang die reeds enkele malen is gebruikt om het werkstuk recht te zetten wordt het werkstuk beet gepakt en gedraaid, eerst op de zij en dan verder. Als we op twee derde zijn breekt helaas het kommentje van de hals af. De vrouwen uiten kreten van teleurstelling. De cirkel wordt afgemaakt, de kleistukken worden in water afgekoeld, de resten messing die in de gloed terecht zijn gekomen stollen en worden verzamelend en steeds in het water gegooid. Na afkoeling in het water wordt de klei stuk geslagen.
Uit de oven en afkoelen.
Het werkstuk bevat drie kruisen en twee oorbellen. Eén kruis is goed gelukt, evenals de twee oorbellen. De twee andere kruizen missen stukjes messing door het afbreken. Natuurlijk kunnen we het niet laten om het kruis dat is gelukt te kopen en dat hebben we nu bij ons. Terug op de compound kopen we ook nog een snuifpotje; hetzelfde dat we in was voordien hebben gezien. Prachtig,het hele proces heeft ca 1,5 uur geduurd.
We nemen afscheid en wandelen naar de weg terug. Inmiddels heeft Vabien twee motortaxis besteld die ons na ca 15 minuten tegemoet komen op de weg en we rijden terug naar Rhumsiki. Geer samen met Vabien achterop de ene en Kees op de andere.
3.2. Bezoek een markt
We bezoeken de markt om ca twaalf uur. Op de markt wordt van alles verhandeld. Alles uit de supermarkt maar ook plaatsen waar de gieten, schapen, kippen en koeien worden verhandeld. Het is drukte vanjawel. Wat ons opvalt is dat er heel veel zitplekken zijn waar gierstebier wordt gedronken. Hebben we eigenlijk nog nergens zo gezien. Gezellige boel, de handel is kennelijk al gedaan.
3.3. Bijwonen van trouwerij
En aan het eind van de dag is er een bruiloft waar we bij mogen zijn. Een gebruik is dat er twee geldophalers zijn die rondlopen en geld bij mensen ophalen, als cadeau voor het bruidspaar. Als hij geld heeft gekregen loopt of danst hij al krijsend naar de leider van de middag en die roept om van wie het geld komt en hoeveel het is. Dat wordt iets verderop door twee secretarissen opgeschreven en dat kan iedereen dan bij een volgende bruiloft nakijken. Wij komen ook in het boek te staan.
Bruid en bruidegom.
De bruid met haar drie voorgangsters.
De familie of vrienden van het paar komt groeten.
De geldophaler in bruin pak.
Later zijn er allerlei groepen mensen die zich al dansend komen voorstellen, bv. vrienden van de bruid. En dan gooien ze geld in de rondte en plakken het op het gezicht van bruid en bruidegom. Men gebruikt daar Nigeriaans geld voor, omdat je dan voor heel weinig geld heel veel biljetten hebt om rond te strooien. De bruidegom trouwt zijn vierde vrouw. Zij heeft een heel mooie lichte jurk aan met dito hoofddoek, de andere drie vrouwen hebben ook een nieuwe jurk alle drie van dezelfde stof blauw in hoofdzaak met dito hoofddoek.
Als het donker wordt gaan we terug naar het campement. Het feest gaat de hele nacht door. We eten en gaan slapen; morgen om 5:30 met de minibus terug naar Maroua. Het was mooi in Rhumsiki.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten