maandag 16 april 2012

12. Maroua –dinsdag 10, woensdag 11, maandag 16 en zaterdag 21 april

I. Eerste Verblijf dinsdag 10 – woensdag 11 april II. Tweede Verblijf, maandag 16 april III. Derde Verblijf, eind zaterdag 21 tot zondagmorgen 22 april I. Eerste Verblijf dinsdag 10 – woensdag 11 april Kameroen loopt in het Noorden op een punt uit en dat is de Far North regio. De regio is bekend om zijn prachtige Mandara gebergte. Met merkwaardige rotspieken van oud-vulkanen. Verder zijn er veel mooie bergdorpen. In Maroua zelf – zo zegt de gids - komen de mensen vanuit de bergen (vooral Kirdi) en de groepen die meer vanuit de Sahel afkomstig zijn (o.a. de Fulani) samen, met de grote markt als centrale plaats. In het droge noorden woont verrassend 20% van de bevolking van Kameroen, al is het ook het armste deel van het land. Er is hier maar één oogst per jaar mogelijk gegeven het regenseizoen. Verder is het hier extreem droog (en in deze periode echt warm), het is in feite de Sahel. Het Noorden is ook bekend om zijn prachtige Waza park, het mooiste en bekendste van het land. Naast grotere dieren zijn er 357 vogelsoorten. Tevens ligt er ten zuidoosten van dit park een meer met veel soorten endemische soorten. Dat trekt ons dus wel. Maroua is de hoofdstad van de regio. Het heeft ruim 250.000 inwoners, de tweede grootdste stad in het noorden. Het was ook reeds een oude stad ver voor de koloniale tijden. We zijn in Maroua anderhalve dag. De aankomst middag en de volgende dag maken we plannen voor de komende periode. We besluiten de tijd die we in Kameroen hebben in twee stukken te knippen: eerst een tiental dagen hier in het noorden en dan eenzelfde blok in het berggebied in het Noordwesten. Hier in de Far North stippelen we het plan als volgt uit: • Vier nachten in Rhumsiki, wandelen in de bergen en bergdorpen. • Met de auto naar het Waza park en daar twee nachten blijven. • Daarna door naar Maga. Ook hier twee dagen in die omgeving, oa een dag op het meer en twee nachten slapen hier. Ook na deze vier nachten zullen we opnieuw een nacht in Maroua, Relais au Porte Mayoslapen. We kunnen daar dan ook voor de tocht naar Rhumsiki en naar Waza en Maga steeds een deel bagage achterlaten.
Door het regelen van ons verblijf in deze regio zien we tegelijk de stad. We lopen heel wat af over deze hoofdstraat die uitkomt op het plein waar de enorm grote markt gevestigd is. De foto’s geven een indruk van de staart- en marktbeelden.
De hoofdstraat van Maroua waaraan allerlei meer technische winkels en werkplaatsen zijn: tweepersoonsbedden met veel houtsnijwerk,houten uitstalkasten, ijzeren hekken en ploegen, bromfirtswerkplaatsen, heel veel Call Boxen, electra.
Op de vismarkt
Een van de vele sinaasappel karretjes Daarnaast gebruiken we de tijd om op een terras van de droge rivier dicht bij het hotel te genieten en een wandeling in de bedding ervan te maken. Pas in augustus zal er weer water stromen, tot november, dan valt de rivier weer droog.
De droge rivierbedding. Je ziet dat de rivier zich in tweeën splitst
Je ziet op deze foto goed hoe hoog het water in de regentijd komt. Het kleine figuurtje van Kees geeft aan hoe hoog het water dan komt.
Een wandelingetje door de rivierbedding
Uitzicht op de bergen vanuit de rivierbdding We zijn zeer tevreden met ons verblijf hier en het feit dat we nu de komende tijd alles geregeld hebben. Donderdagmorgen vroeg vertrekken we naar Rhumsiki. We worden door de man waar we volgende week de auto voor een aantal dagen huren opgehaald en naar het busstation gebracht. Je moet je handelswaar voor de toekomst goed beschermen, instructies gaan met de buschaffeur mee. Het is natuurlijk idioot: we uploaden deze blog op maandag 16 april op het terras van ons hotel, waar de internetverbinding is met onze kleine labtop, bij een temperatuur van 37,8 graden celsius:een normaal mens zou een siesta houden. II. Tweede Verblijf, maandag 16 april De baas van het campement in Rhumsiki regelt een plaats voor in een busje voor ons dat direct naar Maroua gaat en ons bij Relais Porte Mayo zal afzetten. Een aanbod dat we met beide handen aannemen. Dus geen dure taxi of een busje of bromfietsen over 48 km hobbelweg tot Mokolo, maar zeer comfortabel en goedkoop directe reis. We zijn al om tien uur (half zes vertrokken we) in Maroua terug. De rest van de ochtend gebruiken we om de terugreis naar Yaoundé te regelen, CFA op te halen, etc. Als we van uit de grote markt naar de tweede brug lopen om daarna een motortaxi terug naar het hotel e nemen, worden we ineens begroet door Mr.Kaïgama, onze autoverhuurder. Hij is ook met een motortaxi onderweg en ziet ons, stopt en begroet ons. Was alles goed gegaan in Rumpsiki etc. en hij bevestigt morgenochtend acht uur staat nog steeds etc. ‘s Middags naar de stad om de tickets voor de terugreis volgende week op te halen en op zoek naar wat in de gids een aardig etnografisch museum wordt genoemd. We vinden het bij de markt. Het is dicht, maar een jongen maakt het voor ons open en leidt ons rond. We voelen ons een beetje opgelaten, een museum kun je het haast niet noemen.
Wat wel leuk is dat hij ons aanbiedt om de toren boven de markt op te klimmen en daarvandaan van het uitzicht te genieten; wat we graag doen. En het uitzicht is geweldig. Fantastisch zoals alles zich beweegt onder ons en zoals ook Maroua tegen een berg aan ligt.
Maroua tegen berg
Bromfietsen alom
Nog een kijkje naar beneden
En dan willen we na een drankje op een terras naar het hotel teruglopen. Maar we worden verrast door een kletterende regenbui van een half uur, de eerste van dit seizoen. Wat we dan vanaf ons terras te zien krijgen is geweldiig: ineens houden alle brommers halt en gaan de berijders schuilen, kinderen rennen door plassen, een enkele fietser rijdt door de straat die een halve rivier is geworden, af en toe rent iemand door de plassen en komt doorweekt bij ons op het terras staan. Na een half uur houdt de regen weer op. Ineens komt alles weer op gang: de brommers worden drooggepoetst en rijden met water spuitende banden weg, iedereen is weer op straat, een drukte van belang. Wij gaan lopend naar het hotel. Als halverwege er weer grote spetters beginnen te vallen, springen we getweëen achter op een motortaxi. We genieten van een heerlijk koele avond op het terras van het hotel: het is “slechts” 26 graden, dit in plaats van 38 graden in de schaduw vanmiddag. We maken ons gereed om dinsdagmorgenvroeg weer verder te trekken. III. Derde Verblijf, eind zaterdag 21 – eind zondagmorgen 22 april, is geworden vrijdagavond tot zondagmorgen. Doordat we vrijdag al teruggekomen zijn uitI Maroua hebben we een hele zaterdag in Maroua. Met Hammadou hebben we donderdag gelijk afgesproken zaterdagmorgen naar Mindif te gaan. Het is ook een oude vulkaankeel zoals we die in Rhumsiki hebben gezien maar geheel op zijn eentje ca 30 km zuid van Maroua. We rijden weer door het droge landschap, geheel vlak en kruisen opmieuw een droge rivier bedding. Het is droog, we zien ca 5 km voor Mindif “La Dent de Mindif” uit de vlakte omhoog komen.
De weg naar Mendif “La Dent de Mindif” ligt ruim 100 km verwijderd van de Mandala bergketen, ziet er zeker niet uit als een krater en we begrijpen dat het een berg is uit de oude gondwana tijd, wellicht 500 millioen à 1 miljard jaar oud. Kees loopt nog een stukje omhoog vanuit het dorp dat aan de voet ligt, maar algauw blijkt dat de Harmattan, de stofwind vanuit de Sahara, geen enkel zicht geeft en keert terug.
“La dent de Mindif” Als we Mindif verlaten passeren we nog een waterpomp. Water waar alles omdraait, hier met de vaten in de karretjes.
En even later de plaats waar de grote potten worden gebrand. Alle pottenbaksters zijn naar de markt, we waren de nodige fietsers tegengekomen die een twee of drie van die grote potten op hun fiets vervoeren.
De pottenbaksters zijn naar de markt, we zien nog enkele potten liggen bij de plaats waar de potten gebrand worden.
Op de terugweg van Mindif naar Maroua stelt Hammadou voor nog een traditionele leerlooierij te bezoeken waar we gelijk mee in stemmen. De leerlooierij ligt direct langs de weg. Het proces bestaat uit 5 à 6 stappen. Een persoon dient zich aan en legt uit dat hij namens de shef ons zal rondleiden als we de leerlooierij willen zien, kosten 3000 CFA en daarnaast een tip voor hem voor het gidsen. 1. Men laat de huid ca 3 tot 5 uur drogen, waarna het naar een alkalies bad gaat, een betonnen kom in de grond, zoals de foto’s laten zien ziet het er niet uit. Het de as van hout van bepaalde soorten bomen en struiken. Tijd ca 2 week.
Een deel van het proces: de huid wordt in water met een bepaald soort as soepel gemaakt. 2. Het haar wordt nu van het vel geschraapt. Hij zit op een berg van afval te schrappen zijn handen zijn redelijk goed ingepakt.
De haren worden daarna erafgeschraapt. 3. Weer een bad waaraan allerlei zaden zijn toegevoegd oa van de accacia, nu vooral om de huid soepel te maken. Een bad van ca een week daarna zit een man eea uit te wassen. 4. Daarna gaat het nog in een bad om het leer duurzaam te maken ook aan dit bad zijn bepaalde kruiden en zaden toegevoegd. Opnieuw ca 1 week. 5. Het geheel wordt nu aan draden in de zon gedroogd. De huid is mooi wit en inderdaad zeer soepel. Het zijn huiden van koeien, schapen ,geiten, maar ook van de grote hagedis en van de python. Van hieruit gaat het leer naar de markt en wordt verkocht aan schoenmakers, tasjes makers, etc. 6. Een deel van het leer wordt nog beige gemaakt met de olie van aardnootjes. Daar staat het enige tijd in en wordt dan gedroogd.
Aan het eind van het proces: een beige huid, gekleurd door pinda-olie.
Nu eens een man aan het stampen: accaciazaden, die worden in het proces gebruikt. Een vrouw is hier niet sterk genoeg voor, zegt man. Het geheel ziet er niet uit: het ene afval over het andere, het stinkt, en eigenlijk zijn we blij als we weg zijn. We lunchen in Porto Mayo, doen een dutje, lopen de stad weer in, in een geheel andere wijk nemen een terrasje, bloggen weer in Porto Mayo, met andere woorden een hel relaxte middag en avond. Zondagmorgen haalt mijnheer Kaïgama – van wie we de auto huurden – ons om tien uur op om naar het vliegveld te gaan. We zijn een van de eersten die inchecken en zijn om half twaalf door douane en alles heen in een kale wachthal. Om vijf over één is de vertrektijd van het vliegtuig naar Yaoundé. Ergens in een hoekje vinden we nog een stopcontact dat functioneert en Kees mag op de stoel van de beambte zitten om aan de blog te werken; daarna Geer ook nog even. Dan komen er allemaal mensen in deftige kleren binnen en die lopen door naar de VIP-ontvangsthal. Het duurt en duurt en is flink druk. Er zijn veel militairen en hoge politiefunctionarissen met witte handschoenen. Dan komt een uur te laat het vliegtuig binnen. Alle belangrijke mensen zijn gekomen voor een ceremonie voor een overleden politieofficier die met het vliegtuig naar Maroua komt. De weduwe en enkele andere nauw betrokkenen komen ook uit het vliegtuig. Droevig. Eerst staat de kist op een vliegtuigkar waar de bagagekarretjes omzichtig omheen rijden, en dan begint de plechtigheid met het verrijden van de kist omringd door politieofficieren terwijl de militaitren inhet gelid staan. Dat terwijl de passagies in een rij het vliegveld oplopen om de vliegtuigtrap op te gaan. Alles in de gloeiende hitte. Een vreemde gewaarwording. Om vijf over twee vertekken we.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten