dinsdag 24 april 2012

16. Maga, donderdagavond 19 tot vrijdagmiddag 20 april

Het campement Maga is wederom mooi. Het ligt in een soort bosachtig park, er lopen drie Thompson Gazelles rond, twee Crested Cranes die we zo goed vanuit Uganda kennen en in Waza Park alleen op grote afstand hadden gezien en er is een 18 jaar oude Vis Arend. Het onthaal is echter verschrikkelijk, we worden ongeveer weggekeken. We besluiten dan ook maar één nacht te blijven. En dat besluit nemen we nog voordat alle stroom uitvalt en we ‘s nachts ons bed uitdrijven. We maken vrijdagmorgen een fantastische tocht over het meer bij Maga in een pirogue.
De Pirogue. Het meer was er eerst niet. Wel was er de Logon rivier met lagunes. Verder was het een grote vlakte die in de regentijd regelmatig onder liep. De Duitsers hebben deze vlaktn in tweëen gedeeld door een dijk van ca 10 meter hoog over een lengte van ca 2 km aan te leggen. De bevolking waar nu een groot meer is, is weggejaagd. Dat moet vóór de 1e W.O. geweest zijn. Er zijn sluizen op diverse plaatsen om water voor aangelegde rijstvelden door te laten. We zien heel veel vogels tijdens de boottocht. Niet veel soorten, maar wel veel aantallen. Zo zien we honderden Janaka’s (Jezus Bird) die we van Malawi en Zambia kennen. Maar toen zagen we er slechts een enkeling en was het een bijzonderheid.
Jezus Bird.
Pelikanen.
Aalscholver. We varen met de pirogue een eind over het grote meer. Er wordt veel gevist en we zien de vismarkt.
Vismarkt. En dan varen we door vele waterplanten en drijvende eilanden van de oorspronkelijke lagune. Dat is heel erg mooi. We varen door een soort sloot tussen de drijvende eilanden en riet, De buitenboord motor moet vaak het water uit om van de planten ontdaan te worden. Het is prachtig van hier uit enkele vissers dorpen te zien; hoe de koeien de waterplanten eten terwijl ze tot hun buik in het water staan, de vele vogels, de krekels die contimu bezig zijn, etc.
Boot in rietlanden
Een wat groter vissersdorpje langs het riet.
We bezoeken een vissersdorpje, niet meer dan enkele hutjes langs het water. En we horen dat er naast de oorspronkelijke bevolking in de droge tijd - nu dus - veel nomaden uit Nigeria en Chad hierheen komen met hun koeien. Ze gaan in de regenperiode weer terug. En dat moet allemaal gras eten terwijl er vaak niet meer dan een zandvlakte aanwezig is. En dan zien we ook nog de nijpaarden die ook grote hoeveelheden gras eten. Dat moet wel spanning geven denken wij. De nijlpaarden eten ook heel veel van de verbouwde gewassen van de bevolking tot in Maga op. De bootsman bevestigt dat deze spanningen volop aanwezig zijn. Jaarslijks wordt er op de nijlpaarden gejaagd.
We zien echter in het dorp dat we bezoeken dat enkele Nigeriaanse dames heel vriendelijk met de bewoners omgaan. En volgens de schipper is er tussen de vissers en de nomaden ook geen probleem. In het vissersdorp zien we goed hoe men gerookte vis maakt
Nigeriaanse dame op bezoek.
Het gereedmaken van de vis om te roken, Dit doet de dame die hier woont, de eerste van de twee vrouwen van de vissersman
Nog een Nigeriaanse dame op bezoek. Werkelijk een prachtige boottocht; de vier uren vliegen voorbij. In het begin van de middag bezoeken we het dorp Pouss, dat 12 km van Maga af ligt. Het is vooral bekend om zijn traditionele huizen. Tot 1980 woonden de mensen in dese prachtig beschilderde huizen. Nu is dat teveel werk vertelt men, en zien we eigenlijk alleen een compound die als museum is ingericht: een man, enkele vrouwen en kinderen wonen er. In de huizen mooie versierselen en de huizen zijn als koepels gebouwd met trapjes die mooie patronen vormen, maar ook functioneel zijn: nodig om de koepels te kunnen maken tot bovenin. Er is een “geheime” hut voor als er vijanden komen. Interessant en mooi om te zien dat de oorspronkelijke bewoners zo hebben gewoond.
En dan volgt het bezoek aan het paleis van de Sultan van Pouss. We wachten in het dorp, want de markt is versperd door de vele mensen die deelnemen aan het vrijdaggebed. Er kan niemand door. Het gebed is voor het paleis. Wij kunnen even na half twee naar binnen. Eerst vraagt de secretaris vam de sultan naar de reden van ons bezoek en hij gaat de Sultan vragen of hij ons kan ontvangen. Dat kan. We worden door de poort binnen gelaten en komen op een binnenplaats. Daar zit onder een afdak de nog jonge Sultan in een deftige stoel. Hij is kortgeleden zijn vader opgevolgd als Sultan van Pouss als zijn oudste zoon. De nieuwe Sultan is slechts leraar (slechts? We maken dat op uit een reactie van de chauffeur en de gids van de ochtend tocht die ook is meegekomen). Hij is omgeven door een twintigtal notabelen van de dorpen rond Pouss die op de grond zitten, in rangorde van belangrijkheid/ leeftijd. Wij krijgen twee stoelen aan de andere kant van de overkapping. En we hebben een begroetings-/ kennismakingsgesprek: wie we zijn, wat we komen doen in Maga en Kameroen. De sultan noemt zijn drie functies: vrede in het dorp bewaren, bemiddelaar zijn tussen regering en het volk en de tradities in ere houden. We vragen naar het belang van onderwijs, naar uitdagingen (water natuurlijk) en zo. Als het ceremoniële gedeelte is afgelopen, worden we nog kort in enkele vertrekken rondgeleid door de secretaris. Rededlijk eenvoudig alles.
Dan vertrekken we naar Maroua en nemen we nog enkele foto’s onderweg:

zondag 22 april 2012

15 WAZA-Park - woensdag 18 en donderdag 19 april

Ons campement is weer mooi en eenvoudig. Vanaf het terras hebben we een mooi uitzicht
Uitzicht vanaf het terras van het campement.
Ons campement
We zijn hier van dinsdagavond tot en met donderdagmorgen. Je mag niet wandelen in het park. Dus we maken met onze auto met een gids erbij ‘s morgens vroeg twee keer en aan het eind van de middag één keer een tocht. En aan het eind van de donderdagmorgen rijden we het park nog een keer door van noord tot zuid om bij de zuiduitgang naar Maga ten Zuidoosten te koersen. Donderdagmorgen beginnen we na een halfuurtje in het park met een lekke band, als we achter de leeuwen aan off-road scheuren. We gaan na het banden wisselen (chauffeurs helpen hier elkaar altijd) naar het dorp terug om de goede band te laten plakken. Een goed en veilig voorstel van Hamadou de chauffeur. Daardoor zien we nog even de drukte van het dorpje Waza. Vele jonge mannen en mannen die kennelijk geen werk hebben, zitten aan de kant van de weg. Gezellig, maar waarschijnlijk niet wat ze echt willen.
De zandwegen zijn hobbelig en leiden naar diverse waterplaatsen waar ‘s morgens en ‘s avonds de vogels en het wild komen drinken. Soms zijn hele stukken grond uitgedroogd met enorme scheuren erin. We bezoeken een vijftal waterplaatsen. In slechts twee staat nog aardig wat water. De rest is droog of bijna droog. Veel vogels en wild (o.a. de olifanten) zijn daarom weggetrokken tot het natte seizoen aanbreekt. Van de 357 vogels die er in het park zouden zijn, zien we een tiental soorten. Dat is echter genoeg voor ons om veel te stoppen, te kijken, om de Franse namen te laten vertellen en te proberen of we dat naar het Nederlands of Engels kunnen vertalen.
Pierre Bierre/ Pierre de Boeuf.
Wilde eenden , Canard Armé.
Corbeau/Marabou.
Reiger.
Ibis met Koereigers. Van het‘grote’ wild zien we woensdagmorgen twee leeuwen voorbijflitsen. ‘s Avonds zien we bij een bijna droge waterplaats hoe twee jonge mannetjesleeuwen proberen te drinken. Ze moeten daarvoor met hun poten in de modder. En dat is lachen, want dat vinden ze helemaal niet leuk.
Ook heel goed zien we woensdagmiddag bij een diepere waterplaats giraffen drinken; de fotos spreken voor zich
Overzicht van de waterplaats met giraffen.
Verder zien we vier antilopensoorten, van klein naar groot:
Thomson Gazelle.
Cop de Dufo of Lufo.
Damalisque.
Hippotraque = Rian Antilope.
Van de middelste twee kennen we de namen niet en we kunnen ze ook niet thuis brengen vanuit andere bezoeken aan parken in Afrika. Een grote Python en jakhalzen maakt het lijstje compleet
Python
Jakhals Als we donderdag om half elf nog een keer vanaf het campement door het park rijden, stoppen we nog een aanntal keren. Met name voor vogels. De abessijnse rollervogel spant de kroon; we zien grote aantallen.
Abessijnse Roiller vogels.
In de vlucht. En we zien prachrtig dichtbij struisvogels met jongen.
Vanuit de zuid uitgang van het park rijden we zonder gids door naar Maga in het zuidososten. We rijden veel te westelijk en veel te lang over hobbelige zandwegen. Maar na 114 km (in plaats van de helft) zijn we er dan toch, om half vijf. We hebben onderweg veel moois gezien en nog eens de droogte op ons laten inwerken.