dinsdag 15 mei 2012

26. Lambaréné 2 – woensdag9 – vrijdag 11 mei

Het Albert Scweizer hospitaal. Saskia en Mischa hebben het druk en zijn pas laat thuis. Saskia heeft natuurlijk nog van alles af te maken voor ze twee weken op vakantie naar Nederland gaat. De tocht die voor donderdag op het programma staat is niet de tocht door het regenwoud die we gedacht hadden, maar een tocht van 80 km rijden naar een RK missiepost en een waterval. We zeggen af. Als iedereen thuis is, eten we een lekker maal met voor wie wil een vis die van de markt gehaald wordt. Donderdag hebben we dus een luie laatste dag. Eerst gaan we naar de vismarkt en zien alles nog eens aan. We zien hoe heel grote vissen in de rivier worden schoongemaakt om daarna gezouten of gerookt te worden. Verder liggen er ook schildpadden, die worden schoon gemaakt en een soort varaan, hagedis Als je dat ziet, denk je dat je geen vis meer gaat eten (wat we ’s avonds in het restaurant natuurlijk toch gewoon doen). We lopen naar het centrum drinken koffie en Geer gaat nog een uurtje Internetten, we lunchen en na de lunch maakt Kees nog een stukje af. Dan maken we een mooie laatste wandeling langs de Ogooué naar het terras van Carpe Diem, waar we lang over het water en naar de vogels kijken. En naar de zandkano’s die over het water aan komen varen. We wandelen terug naar het hotel op de heuvel, weer een mooie wandeling. ’s Avonds eten we in een idyllische gelegen restaurant op vijf minuten lopen van Saskia’s huis, dat ook voor Saskia en de anderen nieuw is. Daar eten we een afscheidsmaal met vis.
De rivier Ogooué waar Lambaréné aan ligt Dan is het voorbij. De vrijdagmorgen pakken we, drinken koffie en wachten op de taxi die ons naar Libreville brengt. Onderweg nog een lekke band de vierde deze vakantie. Zoals gebruikelijk wordt de band geplakt bij de eerst volgende mogelijkheid langs de weg. We zijn op tijd zodat we in Hotel Tropicana nog heerlijk op her terras aan het strand kunnen zitten voordat we naar het vliegveld gaan. ’s Avonds om tien uur vertrekt het vliegtuig naar Frankfurt 5515 km, vliegtijd bijna zeven uur, waar we zaterdag om half zeven aankomen. Saskia vliegt door naar Amsterdam en wij een of twee uur later naar Brussel. Daar komen we om half elf aan en met diverse treinen zijn we om half drie in Beek-Elsloo. En we zijn ook weer blij thuis te komen, met een tuin in de prachtigste kleuren en twee nestkasten waar net vogeltjes in zijn uitgekomen.

zondag 13 mei 2012

25. Yaoundé 4 plus Terugreis naar Lambaréné – zondag 6 tot woensdag 9 mei

We komen zondag tegen de avond in Yaoundé aan en besluiten niet meer naar het ziekenhuis te gaan: weekend en na vijf uur, dan is er niemand meer. Op maandagmorgen gaan we naar het door Hilton aangeraden ziekenhuis “de la Cathédrale”. Het is er schoon en de wond op Kees zijn wang wordt goed schoongemaakt en voor de zekerheid komen er drie hechtingen in. De rest van de dag lopen we wat door de stad, halen geld op, doen e-mails en publiceren de blog-hoofdstukken die we nog op stick hebben staan. En alweer voor de laatste avond in Yaoundé eten we bij Le Biniou.
De stad gezien vanuit de wijk Bastos, waar wij drie van de vier keer gelogeerd hebben.
Het Hilton Hotel in Yaoundé De terugreis naar Gabon. Dinsdagmorgen vroeg naar het busstation. Geen mooie bus zoals we dachten, maar een klein busje waar we nog net voor het vertrekt bij kunnen. Dus lekker vroeg op pad (half zeven), maar wel op de slechtste plaats. We kennen het landschap en kijken er weer met plezier naar. Een 50 km voor de grens ziet een politiepost dat onze visum voor Kameroen 3 dagen verlopen is. Dat hadden we kunnen weten toen we langer dan verwacht in Kameroen vakantie gingen houden. Maar we hadden daar absoluut niet aan gedacht. Met wat vertraging en wat geld voor een zgn. “laissez-passer” die we op papier nooit gekregen hebben, kunnen we door. Gelukkig heeft de grenscontrole het niet door en kunnen we Gabon in. We zijn al rond de middag in Bitam. Als de Haut Commissaire terug is van lunchen krijgen we onze ingangsstempel. En daarna bekijken we Bitam. Met een paar straten heb je het gezien. We zitten lang op terrassen om naar de mensen en alles wat er gebeurt te kijken. We kopen nog mango’s, want die hebben ze in Lambaréné niet meer. Op woensdag rijden we in weer een klein busje, maar met een betere plaats naar Bifoun, waar de afslag is naar Lambaréné. Het busje gaat door naar Libreville. We lunchen met de meegebrachte boterhammen bij een van de vele grapefruit stalletjes op door een 84-jarige verkoopster aangedragen stoelen. We kopen een grote tas met grapefruits bij haar en zoeken dan een “klando”, dat is een niet-officiële taxi. De eerste is heel slecht en bij het wegrijden stappen we op initiatief van Kees weer uit. De taxi die we dan krijgen is veel beter. Om een uur of drie hebben we de 71 km naar Lambaréné afgelegd. De chauffeur nodigt ons uit om zijn vrouw te ontmoeten en zijn huis te bekijken. Hij had het goed voor elkaar en woonde direct tegenover de ingang naar het vliegveld. Hij kwam zoals veel werkende mensen in Gabon uit Benin evenals zijn vrouw. Dat is leuk, mevrouw heeft een winkeltje met allerlei en het huis is van binnen prima, dat zie je er van buiten niet aan af. Met een cadeautje als aandenken brengt de chauffeur ons naar het hotel vlakbij Saskia’s huis.

donderdag 10 mei 2012

24. Mbouroukou – vrijdagmiddag 4 tot zondagmorgen 6 mei.

In “ 21. Tussenbericht, een tegenvaller” van zondag 6 mei staat al dat Villa Luciole een mooi oord is. De man van het Franse echtpaar dat verantwoordelijk is voor de villa en alles wat erbij hoort, is één van de 8 mensen (4 Kameroenees en 4 Frans) die een stichting hebben opgericht om via enkele oorden als deze villa Kameroenese mensen aan werk te helpen en zo armoede te bestrijden. Ze hebben geld in de stichting gestoken. En ons Franse echtpaar is de verantwoordelijke – niet de eigenaar – van Villa Luciole. De man heeft diverse keren voor Péchiney in Kameroen gewerkt en mevrouw heeft dezelfde jaren les gegeven op de expat school aldaar. Ze hebben ruim 12 jaar in Kameroen gewoond. Vanaf 2003 zijn ze met Villa Luciole begonnen: de villa gerenoveerd, boukareau’s (= hutjes) laten bouwen, een team van 15 mensen opgebouwd, etc. Vanaf 2008 zijn ze gepensioneerd en nu komen ze ongeveer eenmaal per jaar een week of drie en meneer nog wat vaker voor de financiën etc. Het geheel wordt door Yves – een prima self-made toeristenmanager geleid. Het is een heel mooi terrein, aan de voet van de berg Manengouba. De boukareau’s zijn geheel in traditionele stijl gebouwd, dak en muren van bananen- en palmboom afkomstig, een goed toiletgedeelte erin met o.a. een prachtig gegutste houten wasbak.
Vrijdagmiddag doen we de was en maken een wandelingetje langs het riviertje met bamboebruggetjes en we komen uit in de grote eigen tuin die gedeeltelijk in gebruik is voor groenten, gedeeltelijk braak ligt. Zaterdag maken we een wandeling 600 m. een berg op (campement is op 1200 m). Het is bewolkt weer, de uitzichten over de heuvels en bergen zijn beperkt. Later trekt de mist/bewolking wat op. Nadat we het dorp uit zijn gaat het over een nauw pad door het bos met uitzicht op de omliggende bergen. Mooi.
In de verte horen we meisjes die op het land aan het werk zijn zingen. We horen ook veel vogels. Maar hoeveel moeite we ook doen, we zien ze niet.
We komen bij een Peul-dorp boven op de berg: hutjes in het grasland en ook akkerbouwgebied. Er zijn ook veel paarden. In tegenstelling tot wat we in het Verre Noorden zagen, zijn het hier de Peul/Fulani die de bergen zijn ingegaan, terwijl de andere etnische groepen beneden de akkerbouw bedrijven. Zo komt er geen ruzie. In het Verre Noorden waren het juist de Kiri die de bergen zijn ingevlucht om niet door de oprukkende Fulani bekeerd te worden tot de Islam. We lopen door het dorp rond, kunnen binnenin de huizen kijken en fotograferen. O.a. een dame met een prachtige uitstalkast vol met emaille pannen. We bezoeken de oudste man van het dorp; hij zou 106 of 110 jaar oud zijn. We beloven voor hem zeep en suiker aan de gids Alain te geven. Kees speelt met de kinderen, die vooral weg zijn van zijn horloge met timer. We laten nog een 600 meter van de wandeling omhoog naar de twee meren voor wat die is en gaan terug.
De berg Mengoubou, die we vanuit onze wandeling zien liggen. In het dorp drinken we een drankje en we bezoeken nog een zeer primitief koffie-sorteer-fabriekje in Melong. De rest van de middag en avond verpozen we bij onze boukareau en in de villa voor het diner. De nacht met de overval is al beschreven. Zondagmorgen verlaten we Mbourouka na de politieverhoren na de lunch in een taxi naar Yaoundé.

23. Yaoundé 3 plus reis naar Nkongsamba woensdag 2 - vrijdag 4 mei.

We komen om een uur of twee in Yaoundé aan. Op de hotelkamer lunchen we met thee en meegebrachte boterhammen. Dan gaan we proberen de donderdag te regelen. We willen een dagtocht naar het regenwoud, 40 km ten NW van Yaoundé maken. Niemand behalve het boekje weet ervan, er is geen toeristenbureau. We gaan het in een duur hotel vlakbij het onze proberen. Daar vinden we Marie Rose, een kamermeisje, dat zegt uit die regio te komen. Zij wil ons wel gidsen. Het lijkt ons goed geregeld en vrolijk gaan we op een terrasje zitten en bij een Chinees heerlijk eten. De volgende morgen blijkt het toch tegen te vallen. Het is een truc om veel geld te verdienen of een misverstand. In ieder geval ruiken we onraad als Marie Rose, die onaangekondigd ook haar baby heeft meegenomen, ons bij de dierentuin wil afzetten. Na wat geharrewar en een vriendin minder laten we genoeg geld voor de taxirit achter en lopen we van de buitenwijk naar de stad in de nog wat motterende regen. En we lezen een SMS van Saskia over de geplande twee dagen regenwoud en Pygmeëndorp in Lambaréné volgende week. Dat kan maar beperkt doorgaan, omdat de boot kapot is. We moeten even schakelen: dan kunnen we beter een paar dagen in Kameroen blijven, in het gebied vlak onder waar we net vandaan komen. Dat staat nog op ons wensen lijstje: mooie bergwandelingen en mogelijk ook een vogelreservaat. We kiezen voor dat plan en dan drie dagen later terug gaan naar Gabon. Het betekent weliswaar voor het grootste deel de al eerder gemaakte busroute van Yaoundé naar het Noordwesten en terug, twee keer een uur of vijf. Dat vinden we geen punt, het is een prachtige route. De rest van de donderdag veroorloven we ons het business center van het Hilton-hotel om lekker snel foto’s te laden. Ons 3e bezoek aan Yaoundé sluiten we af met een lekker maal in Le Biniou, met het bespreken van een goede taxi voor de volgende morgen vroeg naar het busstation en met het inpakken. Vrijdagmorgen vroeg vertrekken we in een heel wat minder luxueuze bus dan de eerste keer richting Nkongsamba. We zitten als haringen in een ton (vijf op en rij in een mini-busje). Maar nog ruimer dan de rij voor ons waar een wel heel dike mevrouw zit. In Melong – een 30 km voor Nkongsamba – stappen we uit en kiezen voor een dure taxi inplaats van twee goedkope motertaxifietsen naar Villa Luciole, net buiten het dorp Mbouroukou.

22. Van Belo naar Yaounde, dinsdag 1 en woensdag 2 mei

Aan het eind van de dinsdagmorgen komen we in Belo – een betrekkelijk klein dorp - aan, na een prachtige wandeling over de weg met uitzicht op de mooie heuvels en bergen. Net als we de bebouwde kom binnekomen, barst er een regenbui los. Toevallig net bij een café. Met andere voorbijgangers verzamelen we ons daar op het terras en bijna direct daarna in het café zelf: een tafel met stoelen en banken eromheen vult de hele ruimte. We drinken een limonade en na een twintig minuten kunnen we weer verder. Even zoeken en Kees heeft de plaats gevonden waar de busjes naar Bamenda zouden moeten komen. Er zijn alleen auto’s de kant van Bamenda op. Na even wachten tot die vol zit, vertrekken we. Het wordt een spannende rit. Er zitten 4 mensen achterin en 4 mensen voorin, op de stoel van de bestuurder zit ook een passagier, wat betekent dat er niet veel ruimte om te sturen is. De chauffeur rijdt keihard de bergen af, levensgevaarlijk. Er is nog onenigheid bij een politiepost die flink wat tijd kost. Zitten we te vol? Zijn de papieren niet in orde? We zijn blij als we in de loop van de middag in Bamenda aankomen. Onderweg zagen we het al: het is overal feest. Ieder restaurant of café is versierd en aan lange tafels zitten mensen in mooie kleren te eten en te drinken. Het is 1 mei, dag van de arbeid en dat wordt in Kameroen – later horen we van Saskia ook in Gabon – uitgebreid gevierd. Men heeft speciaal voor die dag gemaakte jurken en overhemden, ieder bedrijf heeft zijn eigen bedrukte stof. Het feest van 1 mei betekent ook dat alle winkels dicht zijn en we geen eten kunnen inslaan voor de bustocht van de volgende dag naar Yaoundé, geen geld kunnen wisselen en ook niet even naar het internetcafé kunnen. Blijft over biertjes drinken, waar we geen bezwaar tegen hebben. Woensdagmorgen zorgen we dat we om zes uur bij het busstation zijn. We hebben een redelijke plaats in een wat minder mooie bus dan heen. De tocht verloopt prima, we kijken weer uitvoerig naar buiten.

maandag 7 mei 2012

21. Een tussenbericht, een tegenvaller zondag 6 mei.

Voor diegenen die onze blog volgen met ons is alles oke. We zijn vrijdag van Yaoundé naar Melong vertrokken en hebben geboekt bij Villa-Luciole in een prachtig dal naast een vulkaan met twee krater meren. De Villa heeft een oude koloniale woning en zeven mooie boekara’s, ronde hutten met rieten dak op een betonnen plaat. Het meest idylische oord waar we in deze vakantie zijn geweest, het wordt gerund door een Frans echtpaar. Naast het Franse echtpaar is er nog een Kameroens koppel dus total zijn we met drie koppels daar en staf. In de nacht van zaterdag op zondag rond 4 uur maken we een overval op ons kamp mee. Drie gewapende mannen overval eerst de nacht wacht en gaan vervolgens van hut naar hut incl. het huis van het Franse koppel. Zij nemen het geld, en alles wat electronic is mee. De rugzak wordt leeg geschud. We raken geld kwijt, maar ook de labtop en het fototoestel, enz. Jammer want we gebruikten de labtop als back-up voor de foto’s, dus nu hebben we alleen nog de foto’s die we op deze blog hebben gebruikt. Ook houden we - mn Kees - er nog een wond op de wang aan over. De politie wordt gebeld, alles wordt opgenomen alle zes plus mensen van de staf moeten zich op het bureau melden. Een heel theater naar ons gevoel wordt er opgevoerd. We besluiten direct na de verhoren naar Yaoundé te gaan met een taxi om maandag morgenvroeg de wond nog even te laten bekijken. Dat is gelukt, de wond ziet er prima uit en Kees voelt er heel weinig van. We vervolgen onze reis zoals gepland. MAAR HELAAS : DE REST VAN DE BLOG ZONDER ONZE EIGEN FOTO’S. HIER EN DAAR KOPIEREN WE EEN FOTO VAN EEN WEBSITE AF.

20. Belo’s Trackers Camp – zondag 29 april – dinsdag 1 mei.

Na al het trekken een paar dagen in de natuur zijn en wandelen. Van Karin en Mark hadden we begrepen dat het Zwinkels trackers Camp hier heel geschikt voor is. Het kamp ligt in dorpje Aboh, dichtbij Belo op 1550 meter hoogte. Een van de mogelijkheden is naar het Olu kratermeer te lopen en dat te bekijken, evenals het bos om het meer heen. De plaatselijke bevolking noemt het het meer van de voorouders:, er vinden allerlei rituelen plaats niet; alleen vanuit Belo maar ook vanuit de andere omringende dorpen. We hebben afgesproken om gelijk de eerste dag naar boven te lopen. 900 meter stijgen en dat gaat heel goed. De route is niet moeilijk. David is onze gids. In het begin lopen we nog tussen de huizen en hutjes en groentenvelden , daarna zijn er geen huizen meer maar nog steeds volop groentevelden, en daarna zien we de onbewerkte velden, bossen waar wel volop hout uit wordt gehaald. David zegt dat alleen dode bomen verder mogen worden gekapt.
Het uitzicht op de berg waar we half omheen lopen is fantastisch.
Na drie uur en kwartier zijn we boven en zien het meer voor het eerst voor ons liggen.
We rusten even en lopen verder: eerst over de kraterrim, daarna slaan we af en lopen door een heel gevarieerd bos naar een plek waar we een heel mooi uitzicht over het meer hebben. Wolken komen over de kraterrim drijven en lossen dan geleidelijk weer op. Ook het uitzicht naar Mount Olu is mooi die stijgt met zijn ruim 3000 meter mooi boven het meer uit.
Kees kijkt over het meer uit. We lunchen op deze plek en gaan weer langzaam terug. David vertelt nog enkele verhalen over de voorouders die langs de oever van het meer hebben geleefd. Altijd tussen 12 en 04 was het licht in hun huizen zichtbaar, maar helaas is het water in het meer gestegen waardoor die huizen waarschijnlijk onder zijn gelopen. Het is een mooie tocht, om half zeven vertrokken en terug om kwart voor vier, ruim negen uur waarvan we er ruim zeven en een half hebben gelopen.
Schoenen uit na de wandeling. Het biertje smaakte voorteffelijk en Esther heeft om zeven uur een lekker spangetti bolognese klaar.
De kok Esther; in dit hutje wordt in het zeizoen voor meer dan 20 mensen gekookt.
De nog op de Ring Road gekochte mango’s worden consumptie-gereed gemaakt.
De tweede dag gaan we het camp uit en slaan rechts af. We lopen via allerlei kleine paadjes een hele cirkel en komen uiteindelijk weer op de weg van gisteren uit. Inclusief het bezoek aan de begrafenis ( zie hieronder) zijn we vier uur onderweg. Leuk om allerlei huizen te zien hoe de akkers worden bewerkt etc. Ook komen we iemand tegen die zegt dat er een begrafenis is beneden en hij vraag ons mee.
We komen bij een aantal erven waar de “oude vrouw” , de moeder, eergisteren is gestorven. Zij ligt begraven bij het huis van haar zoon. Dat is gisteren gebeurd en we zien de vers omgewoelde grond met eenkrans er op. We gaan van hut naar hut en condoleren, de vrouwen en de mannen zijn gescheiden. De mannen drinken flink hebben we het idee.
Modern bier in een ouderwetse hoorn geschonken. Zo krijgen we veel huizen van binnen te zien en mogen volop foto’s maken. Vooral Geer moet er niet aan denken dat je moeder zo vlakbij je begraven ligt dat je er iedere dag mee wordt geconfronteerd.
‘s Middags lekker lui een siësta, en verder lezen en blog maken op het terras van de eetzaal met prachtig uitzicht over de vallei. We hadden hier ook de vorige avonden al volop van genoten. We besluiten om morgen niet de motor naar Belo te nemen maar de zeven km gewoon te lopen. Dat wordt onze start van 1 mei, een wederom mooie wandeling van ruim een uur met bepakking.

donderdag 3 mei 2012

19. NW Ringroad – donderdag 26 – zaterdag 28 april

Met Chauffeur Killian en gids Richard vertrekken we om 6 uur donderdagmorgen. Spannend: hoe zal de Ring Road zijn? De Ring Road is 360 km door het Bamenda gebergte. Dat is de vulkkanische bergketen die van ZW Kameroen naar het hoge noorden loopt ongeveer langs de grens met Nigeria. Het Mandara gebergte, waar we vorige week waren, maakt er ook deel van uit. Het worden drie zeer afwisselende dagen. Richard weet het een en ander van gesteentes, Hij heeft Science gedaan op de middelbare school met biologie, wiskunde en geologie als hoofdvakken, en hij heeft snel door dat wij vaak uitstappen en een eindje lopen leuk vinden. We rijden de Ring Road om de Oost, andersom dan onze Bradt-Guide hem beschrijft en dat vinden wij – ook achteraf – heel prima. We komen langs tal van “steden”, dorpen en gehuchten, waarvan we steeds uitgelegd krijgen welke mensen er wonen: Fulani, de van oorsprong nomaden, de Atwa, de Banatoes in Bafuten en diverse andere etnische groepen. Dag 1 De oostkant van de Ring Road is het dichtst bevolkt. De weg is er nog goed en de dorpen en “steden” zijn er groter dan we dachten. Al gauw zien we de prachtig groene Sagba heuvels.
De ochtendnevel hangt nog in de bergen We lopen daar een eindje om naar een dal te kijken dat vroeger een meer was en dat is leeggelopen. Volgens Richard heeft onderzoek uitgewezen dat dit geen kratermeer is maar een meer ontstaan door de inslag van een meteoriet. We zien er ook een steile rots waar water langs sijpelt. Dat komt van een meer verder op, vertelt Richard.
Het droge meer waar we naar toe klimmen. En volgende stop is bij een zoutbron. We zien het water opborrelen. Dit is ook de plaats waar het vee komt drinken.
Bij die stop kopen we langs de weg prachtige paddestoelen die we ‘s avonds zullen eten.
Behalve langs de prachtige Sagba heuvels komen we door de Ndop vlakte. We lunchen in Kumbo (1200m hoog) en rijden door.
Kindjes bij lunch. De weg wordt al slechter. We bewonderen de enorme theevelden. De theestruiken worden om de vier jaar gesnoeid en dan duurt het 90 dagen voor ze weer geplukt kunnen worden. Het plukken gaat met groepen mannen en vrouwen tesamen op een veld. Ze werken het veld helemaal af (= plukken de blaadjes die net uitgelopen zijn) en gaan dan naar een volgend veld. Om de tien dagen komen ze bij een veld terug om de dan weer nieuwe blaadjes te plukken. De Ndu thee-estate is de grootste van het land die aan één persoon toe behoort.
Hutje waar de theeplukkers schuilen als het regent. In het dorp Mbot komen we langs het paleis van de Fon, dat is de traditionele leider van een aantal dorpen. Dit traditionele systeem bestaat naast het reguliere regeringssysteem met departemente, subdivisies etc. (zie bij dag 3 het bezoek aan een Fon)
Het militaire gebouw.
Maskers op de ingang van het familiegebeouw. In het laatste deel van de tocht van vandaag zijn de mensen armer dan het eerste gedeelte, In het eerste gedeelte had iedereen stenen huizen met golfplaten. Hier heeft men eenvoudige hutjes. Op de foto een huis waarvan het dak gerenoveerd wordt.
Nog een van de vele prachtige uitzichten waar we stoppen om naar te kijken. Om een uur of vier komen we aan in Nkambe, waar we eerst het dorp rondrijden en in het centrum iets drinken. Dan gaan we naar ons zeer eenvoudige maar schone onderkomen, het Milleniumhotel. Een wandelingetje wordt heel erg kort vanwege de dreigende regen. Het komt goed uit dat we de paddestoelen bij ons hebben: er is geen vlees en groente, alleen rijst. (In het dorp zou trouwens wel wat te krijgen zijn geweest.) de vriendelijke jongedame maakt de champignons voortreffelijk klaar en we eten samen met Richard heerlijk bij kaarslicht. Killian de chauffeur heeft hier , net als overal, vrienden en familie wonen; die eet niet mee. Dag 2 Half acht ontbijt, acht uur weg is het ritme van deze dagen. Vandaag doen we het Noordelijke gedeelte van de Ring Road. Dit is de dag met de mooiste uitzichten op het Bamenda-gebergte. En de dag met de slechtste weg en ook het dunst bevolkte en waarschijnlijk armste gebied. De foto’s spereken beter dan dat we het kunnen beschrijven:
Dame met mand Ziehoe hij gedrqgen wordt; hier met vier hengsels; elders zijn dqt er twee of draagt men de mqnd met een bqnd om het voorhoofd en zijn er geen hengsels.
Schoolklas die op het land werkt.
We passeren een door de Duisters aangelegde brug, geopend in 1945. Die moet dus in de 2e W.O. zijn gebouwd, terwijl volgens onze gegevens na 1918 Kameroen aan Frankrijke en Engeland is toebedeeld.
De staat van de weg. We rijden al een tijdje door een landschap waar veel geweldige bolders aan de oppervlakte komen. Volgens Richard zijn dit zeer harde gesteenten, ca 1 miljard jaar oud, graniet. Het is zeer oud gesteente dat de tand des tijds heeft doorstaan. Killian rijd de 4x4 door het veld naar de bolder toe.
Kilian, Richard en Geer op de Bolder. In dit veld staan ook weer de typische termieten hopen, het zijn net paddenstoelen, nog nooit zulke vormen elders in Afrika gezien. Dit zou zo zijn omdat termieten niet van regen houden.
Termietenpaddestoel Tussen Nkambe en Wum waar we vannacht zullen slapen zijn er geen gelegenheden om te lunchen. Dat komt goed uit want wij hebben de eerste dag reeds aangegeven dat we lunchen in de natuur met een mooi uitzicht onder een boom in de schaduw ook heel mooi vinden. Direct na de lunch komen een heel veld “lelies” tegen. We hadden al een enkeling in het veld zien staan tussen de groenten. Dit veld was nieuw.
Het blijft een mooi steil landschap de gehele dag.
Prachtig vinden we deze koeien op de steile helling; dat kennen we in Nederland niet. Apart te vermelden is het Nyos meer. Door de al gevallen regen vanaf het begin van de regentijd is het een bruin gekleurd vulkaankratermeer. Het is bekend van de ramp van 21 augustus 1986. Geen overstroming of vulkaan uitbarsting. Nee, er is vermoedelijk een grote wolk CO2-gas vanuit de rottings processen plotseling uit het meer opgestegen en over het land gestroomd. Daarbij zijn ruim 1800 mensen omgekomen, een heel dorp is weggevaagd. Het is niet geheel duidelijk waardoor de gasexplosie is ontstaan: het kan vulkaangas zijn geweest, het kunnen ook gegiste planten op de bodem van het meer zijn geweest. Na de ramp heeft men drie fonteinen gebouwd die water onder uit het meer omhoog pompen.Hierdoor verwacht men dat er zich geen grote hoeveelheid instabiel materiaal zal ophopen. Op deze wijze wordt er ook meer zuurstof in het water gebracht.
En hier nog enkele foto’s van langs de weg en van het dorp Weh waar de markt aan de gang is:
Bananen kopen
Bananen op markt.
Graan malen opweg naar Weh
Brommer op markt in Weh
Op de markt van Weh verpozen we ons alvorens naar Wum, onze overnachtingsplaats te rijden. En daar bezoeken we nog het kratermeer van Wum.
Donkere wolken aan het meer, vlak voor een regenbui. We overnachten weer simpel, in het Morning Star Hotel. In de stad is één eetgelegenheid waar we na wat aandringen de mevrouw bereid vinden een maaltijd klaar te maken. Het is rood koevlees of niets maar het smaakt prima als we na het bezoek aan het kratermeer weer bij haar terugkomen. Dag 3 We vertrekken weer om tien voor acht. Na de regen van de nacht is het een prachtig heldere hemel. We komen direct in het begin deze boom met Hertshoorn tegen.
Dan door naar de Menchum Falls ca 30 km zuidelijk van Wum. Hier valt het water in twee stappen naar beneden gedurende de echte regentijd eind juni tot eind augustus zie je de rots in het midden niet meer en is het een grote waterval.
We blijven de rivier volgen en zien hoe jonge mannen in de rivier zand winnen. Zij scheppen het zand in grotere en kleinere kano’s die werkelijk tot rand worden gevuld en bomen dan deze naar enkele vaste punten. Hard werk zo te zien. Een 20 kub zand kost geladen op de vrachtauto aan die kade 80.000 CFA = 123 Euro vertelt Killian.Het is goed zand.
Af en toe komen we een kudde koeien tegen die naar de vee markt in Bamenda worden gedreven. Het is steeds weer enerverend om met de auto door zo’n kudde te komen. De kuddes variëren van zo’n 50 tot 150 koeien; soms ook nog schapen erbij. De koeien hebben vaak heel mooie grote hoorns.
En dan zomaar langs de weg zien we enkele mannen de palmolie uit de zaden van de palmolieboom persen. De grote ronde zaden worden in grote trossen van de palmboom gehaald. Daarna worden de zaden uit de trossen geplukt, ca 200 a 400 zaden per tros. Deze worden vervolgens gekookt (zie de oliedrums op de achtergrond van de foto hierna). Vervolgens worden de gekookt zaden van de oliepalmboom geperst. Op de foto een door twee man aangedreven pers. Boven de zaden in het midden de olie die er uit geperst wordt en eronder de vezels die overblijven. De mannen vertellen ons dat zij achter hun wonng een klein plantage hebben, dat zij van tijd tot tjd met deze pers de olie persen en dat zij ook deze pers voor een dag verhuren aan derden. De ruwe olie wordt nog een keer “gekookt” cq het water dat er nog inzit wordt afgekookt en daarna wordt het op de markt verkocht.
Het persen van de palmolie uit de zaden van de palmboom.
Het loopt al tegen de middag als we Bafut bereiken. De laatste geplande stop op de Ring Road, ca 18 km noord van Bamenda. Het is een Tikar koninkrijk, de naam voor de koning is Fon; dat gaat 700 jaar terug. In het begin van de vorige eeuw hebben de Duitsers er 10 jaar overgedaan om dit gebied eronder te krijgen. De Bafut mensen hebben het dan over de 10 jarige oorlog tegen de Duitsers. Het paleis ligt op een heuvel boven de “stad” Bafut. Het is een prachtig complex met delen die meer dan 600 jaar oud zijn. In 1911 is een groot gedeelte door de Duitsers verwoest, maar dat is weer gedeeltelijk in de oude stijl herbouwd. Vanaf het museum krijgen we een mooi overzicht over het complex waar het paleis van de Fon staat, over de huizen waar zijn vele vrouwen en kinderen wonen, en over de meest heilige tempel met een hoog pyramide achtig grasdak dat iedere vier jaar van een nieuwe laag wordt voorzien zonder dat het oude gras verwijderd wordt. Een van de vrouwen van de Fon is onze gids. Zijn leidt ons rond. Eerst door het museum, waar de geschiedenis van de Fon wordt uitgelegd en vervolgens door het paleis. Zij toont ook haar woning waar ze woont. De nu heersende Fon is de elfde en kwam op z’n zestiende op de troon in 1958. De opvolging is niet de oudste zoon of zo maar de heersende Fon wijst een van zijn zonen aan die hij het meest geschikt acht om hem op te volgen. Zijn moeder wordt bij de kroning dan automatisch de “Fon-moeder” die een belangrijke rol heeft binnen het hele vrouwen gebeuren. Als zij niet meer in leven is wordt een andere vrouw aangewezen als “Fon-moeder”. Het Fondom is uitgebreid beschreven in een boek van 1954 van Gerald Durrell met de titel The Bafut Beagles. Hij was een naturalist die lange tijd te gast is geweest bij de Fon en wiens huis van toen als museum is ingericht.
Bafut Royal Palace, overzicht.
De ingang naar de koninklijke vertrekken. Rond twee uur rijden we doornaar Bamenda, lunchen bij Aliance dat we al kenden, kopen nog water etc in de super en gaan door. Killian onze chaffeur heeft ons in Bafut gevraagd of wij even langs zijn huis willen gaan: hij wilde ons graag even voorstellen aan vrouw en kinderen, het lag vlak langs de route. Wij accoord.Hij vertelde erbij dat hij zijn huis in 1990 heeft gebouwd. Toevallig is dat in dezelfde tijd als onze intrek in Geulle. En natuurlijk zoals wij al dachten: dat is niet even groeten, dat is zijn kinderen ontmoeten, zijn vrouw was even weg naar een trouwerij, het huis bekijken met alle foto van kinderen en neven nichten die een ergens afstuderen, watermeloen eten. Een ja de glazen worden op tafel gezet samen met de fles Campari. Vooral zijn dochtertje - een nakomertje van acht - regelt alles en vindt het enorm leuk ons te verwennen. Een uur later vertrekken we om voor donker bij Zwinkels Camp te zijn. Onderweg nog een trouwerij zegt Richard. Geer maakt een aantal foto’s van dansers en weer trekken we verder Voordat we bij Belo aankomen laat ook Richard zijn boerderij zien en ontmoeten zijn vrouw en anderhalf jarige zoontje. Zo’n drie dagen met elkaar optrekken geeft toch een bepaalde verbondenheid en je voelt de trots die ze hebben over hoe zij met hun leven bezig zijn en dat delen ze graag. Prachtig. Net voor de duisternis invalt zijn we in het Zwinkels Trackers Camp en worden hartelijk door Esther ontvangen Later blijkt dat zij een zuster van Richard is (zelfde moeder, verschillende vaders).